De Meest gestelde vragen Over je stoma

Productsnelzoeker

Kies een categorie of subcategorie

Meest gestelde vragen

De meest gestelde stomavragen

Je kan afvalzakjes gebruiken om het materiaal in te doen. Een afvalzakje is meestal luchtdicht af te sluiten. Bij een colostoma is het niet nodig het zakje eerst te legen in het toilet. In geval van een dunne darmstoma of urinestoma is het aan te raden het zakje eerst te legen in het toilett  De afvalzakjes met gebruikte stomamaterialen kunnen met het gewone huisafval in de afvalcontainer weggegooid worden. Het is handig om altijd extra afvalzakjes en stomamateriaal bij je te dragen, zodat je buiten de deur nooit voor verrassingen komt te staan.

 

Het is niet verontrustend als de stoma gaat bloeden tijdens de verzorging. Een stoma bestaat namelijk uit goed doorbloed slijmvlies. Meestal stopt het wanneer je de stoma even met een nat (koud) gaasje dept. Als je een chemokuur hebt, kan het vaker voorkomen door irritatie van het darmslijmvlies.

 

Een stoma verandert van vorm en grootte na de operatie. Direct na de operatie is de stoma gezwollen (oedemateus) en moet het geheel nog genezen. Na ongeveer zes tot acht weken heeft de stoma in principe zijn definitieve vorm en grootte. Door diverse oorzaken kan de stoma van vorm en grootte veranderen, bijvoorbeeld verder uitstulpen, opzwellen of juist terugtrekken.

Oorzaken

  • Zwangerschap: hierdoor kan de stoma in de laatste maanden opzwellen of uitpuilen. Na de bevalling verdwijnt dit meestal weer.
  • Sterke gewichtstoename, waardoor de stoma meestal dieper komt te liggen. Door afvallen kan dit te verhelpen zijn.
  • Door ernstige obstipatie kan de stoma opzwellen.
  • Door een parastomale hernia (een breuk rond de stoma) of een prolaps (uitstulping) treedt er een verandering op die niet tijdelijk duurt. Raadpleeg hiervoor je arts of stomaverpleegkundige.
 

Ja, de stoma kan zich naar binnen trekken of abnormaal naar buiten komen.

De stoma trekt naar binnen (retractie)

  • Dit kan gebeuren door sterke gewichtstoename
  • Dit kan ontstaan als complicatie bij het loslaten van de hechtingen of als de hechtingen te vroeg zijn verwijderd

De stoma puilt naar buiten (prolaps)

  • Een prolaps komt eerder voor bij een dubbelloops darmstoma dan bij een eindstandig stoma
  • Dit kan ontstaan als er geen goede plaatsbepaling is gedaan
  • Dit kan ontstaan als complicatie bij het loslaten van de hechtingen of als de hechtingen te vroeg zijn verwijderd
  • Dit kan ontstaan bij veel spanning op de buik door hoesten, persen en zwaar tillen
  • Heftige peristaltiek door veel en/of harde ontlasting kan de darm laten uitpuilen

Hoe kan je dit voorkomen?

  • Probeer zoveel mogelijk op hetzelfde gewicht te blijven
  • Goede voeding
  • Voorkom hoge druk op de buikholte, door bij hoesten het gebied rondom de stoma te ondersteunen
  • Voorkom te zwaar te tillen of laat eventueel een bandage aanmeten met een prolapsflap
 

Over het algemeen is in het dagelijks leven de stoma niet extra kwetsbaar. Een lichte duw veroorzaakt geen bloeding. De stoma heeft sterk doorbloed slijmvlies en de bloedvaatjes liggen erg oppervlakkig. Een onverwachte stoot tegen de stoma, door bijvoorbeeld stoeien met een kind, kan een kleine bloeding veroorzaken. Wanneer dit niet direct stopt houd dan enkele minuten een koud kompres tegen de stoma aan. Het bloeden zal dan vanzelf stoppen.

Wanneer je bloedverdunnende medicijnen gebruikt, kan het langer duren voordat het bloeden stopt. Als er door een stomp toch dieper gelegen bloedvaten worden geraakt en er wel een echte bloeding van de stoma ontstaat, neem dan contact op met je (huis)arts of stomaverpleegkundige.

 

Colostoma
De productie van een colostoma is afhankelijk van meerdere aspecten, onder andere van het innemen van zowel voeding als van vocht, maar ook van de plaats van de stoma op de dikke darm. Wanneer een stoma op het einde van de dikke darm is aangelegd, zal de ontlasting stevig zijn en ongeveer 100 tot 200 gram per 24 uur bedragen. Dit betekent in de praktijk dat het zakje een- tot tweemaal per dag verwisseld moet worden. Als de stoma in het begin van de dikke darm is aangelegd, is de samenstelling van de ontlasting brijig.

Ileostoma
Bij een dunne darmstoma is de productie afhankelijk van waar de stoma op de dunne darm is geplaatst. De ontlasting kan van dun tot brijig zijn. De hoeveelheid is ongeveer 500 tot 600 gram per 24 uur. Omdat de dunne darmstoma continu ontlasting produceert, moet het zakje ongeveer vier tot zes keer per dag worden geleegd. Als de stoelgang meer dan 600 gram per 24 uur bedraagt, is het verstandig de vochtinname in de gaten te houden.

Om goed te beoordelen of je voldoende drinkt, is het belangrijk de kleur van de urine in de gaten te houden. Wanneer deze geconcentreerd is (donker van kleur), dan moet je meer drinken. Ook is het belangrijk dit te melden bij de arts of bij je stomaverpleegkundige. Een ileostomadrager verliest door het ontbreken van de dikke darm naast vocht ook belangrijke elektrolyten, waaronder natrium. Wellicht moet er bloed afgenomen worden om de elektrolyten goed in beeld te brengen. Je kan ook een verwijzing krijgen naar een diëtiste voor aanpassingen in het eet- en drinkpatroon.

Urinestoma
De productie van een urinestoma is afhankelijk van de vochtinname. Een urinestoma produceert 1 tot 1,5 liter urine per 24 uur. Hierbij is de kleur van de urine van belang. Als de urine geconcentreerd (donker van kleur) is, dan moet je meer gaan drinken.

Om alle afvalstoffen kwijt te raken moet je minimaal 1 liter per 24 uur urineren. Als ondanks de verhoging van de vochtinname de urine donker van kleur blijft, is het verstandig om contact op te nemen met je betreffende arts of stomaverpleegkundige.

 

Als bij een colostoma de ontlasting dik en kleiachtig is, zakt de ontlasting vaak niet naar beneden, maar blijft juist rond de stoma hangen. Dit wordt ook wel 'pancaking' genoemd en vindt plaats bij gebruik van een zakje met filter. Je stomaverpleegkundige kan uitleggen hoe je het filter kunt dichtplakken.

Probeer door het aanpassen van je voeding de ontlasting meer smeuïg te krijgen. Dit kan door voldoende te drinken (minimaal twee liter per 24 uur). Daarnaast is het nuttigen van voldoende voedingsvezels heel belangrijk. Voldoende vezels zijn te vinden in bruin- of volkorenbrood, rauwe groenten en fruit. Een advies op maat kan je altijd aan een diëtiste vragen.

Soms kan door je kleding de ontlasting niet zakken. In dit geval kan een broekband “afhouder” helpen. Een trucje wat soms helpt, is de binnenzijde van het zakje glad te maken met wat slaolie.

 

Het is belangrijk te weten welke soort (tijdelijk) stoma is aangelegd. Dit bepaalt namelijk of er nog ontlasting kan komen. Bij een enkelloops (eindstandig) colostoma is er geen passage mogelijk en dus komt er geen ontlasting uit de anus. Wel is het mogelijk dat er vlak na de operatie nog slijm en kleine hoeveelheden resten ontlasting uit de anus komen.

Bij een dubbelloops colostoma kan er een deel van de ontlasting via de anus het lichaam verlaten. Dit komt doordat er wel passage mogelijk is. In verhouding zal dit weinig zijn, want het merendeel van de ontlasting gaat via de stoma het lichaam verlaten.

   

Om eetlust en lichaamskracht terug te krijgen, is het goed om te zorgen voor voldoende beweging, een goede nachtrust en aandacht te schenken aan de juiste voeding.

Tips

  • Bouillon is een bekende eetlust-opwekker
  • Neem vaker op de dag kleine maaltijden (6 tot 8 keer per dag)
  • Zorg voor variatie in de maaltijden
  • Eet voldoende eiwitrijke producten, zoals eieren, melk, yoghurt, kwark en vla (eventueel als tussendoortje)

Dit zijn wat algemene adviezen. Neem voor meer advies contact op met een diëtiste.

   

Je mag op je buik slapen als je dit prettig vindt, maar het is wel afhankelijk van je productiepatroon. Wanneer je stoma 's nachts weinig produceert, geeft het geen problemen. Als je stoma 's nachts juist erg productief is, dan is het niet aan te raden om op je buik te slapen.

   

Vragen over je urinestoma

Vragen over je urinestoma

Als er een neoblaas wordt aangelegd wordt je hele blaas verwijdert. Er wordt een nieuwe blaas gecreëerd uit een stukje van je dunne darm van ongeveer 50 centimeter. Deze nieuwe blaas wordt aangesloten op de plasbuis zodat je via de normale weg weer kan plassen. In principe blijft de functie van de sluitspier behouden waardoor je je plas kunt ophouden. Als je net bent geopereerd heb je een verblijfskatheter in je blaas. Na een aantal weken als de nieuwe blaas is genezen mag deze katheter verwijderd worden

Vanaf dan kan je weer zelf gaan proberen te plassen. Het gevoel van aandrang en plassen zal wel anders zijn. Je kan een drukkend, soms wat pijnlijk gevoel hebben in je onderbuik. Dit is het signaal om te gaan plassen. Een blaas trekt bij het plassen samen. Dit doet de neoblaas niet. Om te kunnen plassen moet je de sluitspier ontspannen. Dit zal in het begin niet eenvoudig zijn. Ook kan in het begin de sluitspier niet goed functioneren. Hierdoor kan je spontaan urine verliezen. Je hebt dan dus last van incontinentie. Dit kan minder worden als het bekkenbodemgebied goed wordt getraind. Een bekkenfysiotherapeut kan je hierin adviseren.

In het begin moet je regelmatig naar het toilet om je blaas te legen, de stomaverpleegkundige zal je adviseren dat elke 2 uur te doen. Later kan je dat uitbreiden naar grotere tussenpozen. Ook s ‘nachts moet je dit in het begin volhouden. Een ongelukje kan gebeuren in de nacht omdat als je slaapt je volledig ontspannen bent.

Omdat je nieuwe blaas is gemaakt van een stukje dunne darm werkt deze anders dan een normale blaas. Darmen maken van zichzelf een knijpende ook wel peristaltische beweging om ontlasting voort te stuwen. Deze functie behoudt de darm die voor de neoblaas is gebruikt, daardoor kan je soms druk ervaren in je onderbuik.

In je urine zie je vanaf nu vlokjes darmslijm. Hierdoor kan je verblijfskatheter die je net na de operatie hebt, verstopt raken. Om te voorkomen dat de blaaskatheter verstopt raakt door het darmslijm, wordt de nieuwe blaas in het begin regelmatig gespoeld. Na een tijdje als het stukje darm gewend is urine op te vangen verandert de structuur van het darmslijmvlies en kun je deze vlokjes gewoon uitplassen. Als dit toch een probleem blijft kan je je zelf leren katheteriseren met een eenmalige katheter.  Dit kan met behulp van de Actreen® Hi-Lite katheter. Deze katheter heeft voldoende lengte om in het reservoir te kunnen komen. Ook kan een spoelvloeistof om de vlokken te verwijderen, via een blaasspuit of een spoelzakje worden aangesloten op dit type katheter. De glycerine coating, het glijmiddel, voorkomt dat de katheter vastkleeft aan de urethra. Soms lukt het niet om steeds volledig uit te plassen. Dan kan je met een katheter de neoblaas volledig leegmaken. Dit is belangrijk om blaasontsteking te voorkomen. Want als er residu achterblijft samen met de darmvlokken is er een verhoogde kans op een blaasontsteking.

Lees hier meer over de Actreen® Hi Lite katheter

Een neoblaas of (continent) urinestoma kan om verschillende redenen worden aangelegd. De belangrijkste reden is blaaskanker.  Andere minder vaak voorkomende redenen zijn ernstige incontinentie of bij een terugkerende ontsteking van de blaaswand (interstitiële cystitis). De blaas wordt dan soms niet verwijdert maar heeft ook geen functie meer.

Daarnaast is er soms een aangeboren afwijking van de blaas waarvoor een neoblaas wordt aangelegd.

Als er een indiana pouch wordt aangelegd wordt soms je hele blaas verwijdert. Er wordt een nieuwe blaas gecreëerd van het laatste stukje dunne darm en het eerste deel van de dikke darm. De urineleiders worden van de blaas losgemaakt en aangesloten op het stuk darm dat vanaf nu als reservoir dient. Tijdens de operatie wordt in iedere urineleider een dunne katheter (splint) achtergelaten (ter bescherming van de aanhechting) die via de buikwand apart naar buiten worden geleid. Deze worden op dag 9 en dag 10 na de operatie weer verwijderd. Ook wordt in het urinereservoir een verblijfskatheter achtergelaten. Deze dient voor het afvoeren van de urine en om het reservoir om net na de operatie te kunnen spoelen.

De vlokjes die worden gevormd in het darmreservoir door het slijmvlies kunnen zo worden weggespoeld. Omdat er op de overgang van de dunne naar de dikke darm een klepje is loopt de urine niet spontaan naar buiten. Het uiteinde van dat stukje darm wordt via een opening naar buiten geleid en vastgehecht in de buikwand. Meestal in de navel of in de onderbuik. Het reservoir dient regelmatig (5-6x daags) via de uitgang geleegd te worden met behulp van een eenmalige katheter, die de klep gemakkelijk kan passeren. Het is dus niet nodig urinestomazakjes te dragen. 

Tijdens de opname krijgt je uitleg hoe je het reservoir zelf moet spoelen. Dit gebeurt volgens een opbouwschema. Op een gegeven moment wordt de verblijfskatheter in het urinereservoir verwijderd. Vanaf dan moet je het reservoir met een eenmalige katheter gaan legen. Dit kan met behulp van de Actreen® Hi-Lite mannenkatheter. Deze katheter heeft voldoende lengte om in het reservoir te kunnen komen. Ook kan een spoelvloeistof om de vlokken te verwijderen, via een blaasspuit of een spoelzakje worden aangesloten op dit type katheter. De glycerine coating, het glijmiddel, voorkomt dat de katheter vastkleeft aan de darmwand van de pouch. Dit katheteriseren gebeurt volgens een schema. In het begin, net na de operatie is de inhoud van uw Indianapouch nog klein, daarom is het noodzakelijk dat het spoelen en katheteriseren vrij vaak gebeurt. Ook s ‘nachts moet je jezelf katheteriseren waardoor je nachtrust verstoord raakt.

Lees hier meer over de Actreen® Hi Lite katheter

Niet iedereen komt in aanmerking voor een indiana pouch. Er moet nog een groot deel van je dunne darm aanwezig zijn. Deze stoma wordt wel aangelegd bij mensen die al vanaf hun jeugd een Brickerstoma hebben of op latere leeftijd incontinent zijn geworden. Het is belangrijk dat je een goede handfunctie hebt en dat je de mogelijkheid hebt om 5 tot 6 keer per dag te katheteriseren (ook ’s nachts indien dat nodig blijkt te zijn).

Stel je vraag

Andere onderwerpen